Uitspraak
mr. C.M. Malipaardte ’s-Gravenhage,
mr. A. el Aqdete Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
GMW Advocaten verleende in 2011-2012 juridische bijstand aan [geïntimeerde] in een arbeidsconflict. Partijen spraken een uurtarief van €185,- met 6% opslag voor kantoorkosten af, vastgelegd in een opdrachtbevestiging van 19 oktober 2011. Hoewel [geïntimeerde] een budget van €7.000-7.500 euro noemde en er communicatie was over een te verwachten kostenraming van €5.000,-, werd deze afspraak niet gewijzigd.
GMW bracht uiteindelijk circa €21.800,- in rekening, waarvan een deel werd betaald door de voormalige werkgever en door [geïntimeerde] zelf. De kantonrechter wees de vordering van GMW af omdat geen waarschuwing was gegeven over overschrijding van het budget. Het hof oordeelde echter dat de opdrachtbevestiging bindend bleef en dat GMW niet gebonden was aan een maximumbedrag.
Het hof stelde vast dat de mededelingen over kostenramingen en budgetten geen wijziging van de prijsafspraak inhielden en dat [geïntimeerde] geen bezwaar maakte tegen de facturering of de uitvoering van werkzaamheden. De vordering tot betaling van €10.805,47 plus incassokosten en wettelijke rente werd daarom toegewezen. Ook werden de proceskosten aan GMW toegekend.
Uitkomst: De cliënt wordt veroordeeld tot betaling van de volledige advocatennota conform de opdrachtbevestiging, inclusief incassokosten en wettelijke rente.