Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
- memorie van grieven tevens houdende een incidentele vordering,
- memorie van antwoord in incident.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele procedure is appellant in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter waarin hij hoofdelijk is veroordeeld tot betaling van een geldbedrag aan geïntimeerde. Appellant vordert incidenteel schorsing van de tenuitvoerlegging van dat vonnis op grond van artikel 351 Rv Pro.
Appellant stelt dat het vonnis berust op een kennelijke misslag omdat de kantonrechter een verweer dat de leningsovereenkomst alleen met zijn zoon is gesloten, onbesproken heeft gelaten. Tevens wijst appellant op beslaglegging op een aan hem toebehorende onroerende zaak en vreest hij een noodtoestand door openbare veiling.
Het hof overweegt dat de kantonrechter het verweer wel degelijk heeft besproken en dat een beoordeling van de juistheid van dat verweer aan de hoofdzaak is voorbehouden. Verder leidt het beslag zonder nadere toelichting niet tot een noodtoestand die schorsing rechtvaardigt. Daarom wordt de vordering tot schorsing afgewezen. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging wordt afgewezen en de hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling.