Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.De stukken van het geding
3.De feiten
out of pocket-kosten en hij niet heeft voldaan aan zijn verplichting om de jaarstukken over 2013 in te dienen.
Gerechtshof Amsterdam
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 2 december 2014 de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders bevestigd om een gerechtsdeurwaarder met onmiddellijke ingang voor zes maanden te schorsen. Deze maatregel werd genomen naar aanleiding van klachten van het Bureau Financieel Toezicht (BFT) over een bewaringstekort van meer dan €370.000, een negatieve liquiditeits- en solvabiliteitspositie en het onrechtmatig onttrekken van gelden van de derdengeldrekening.
Het BFT voerde onderzoek uit tussen april en juli 2014, waarbij werd vastgesteld dat de gerechtsdeurwaarder kosten onjuist had opgevoerd en gelden had overgeboekt zonder deugdelijke documentatie. Ondanks waarschuwingen was de financiële positie van het kantoor niet verbeterd. De kamer voor gerechtsdeurwaarders legde daarom op 15 juli 2014 een schorsing op in afwachting van verdere besluitvorming.
Het hof oordeelde dat de feiten waarop de schorsing was gebaseerd juist waren en dat de kamer terecht had gehandeld. Eerder had de gerechtsdeurwaarder al in eerdere tuchtprocedures schorsingen opgelegd gekregen wegens soortgelijke tekortkomingen. De schorsing van zes maanden blijft van kracht tot nader order. De uitspraak werd gedaan door de rolraadsheer namens het hof.
Uitkomst: Het hof bevestigt de schorsing van de gerechtsdeurwaarder voor zes maanden wegens ernstige tekortkomingen in de financiële administratie en het beheer van derdengelden.