ECLI:NL:GHAMS:2014:5392
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontruiming woonruimte ondanks bedreiging en onhygiënische situatie
In deze zaak ging het om een vordering tot ontruiming van een woning die door appellant werd gehuurd van coöperatie Het Nieuwe Huis. Na een descente ter plaatse stelde het hof vast dat de woning weliswaar volgepakt was met spullen en op sommige plekken onbruikbaar, maar niet zodanig onhygiënisch of brandgevaarlijk dat ontruiming gerechtvaardigd was. Ook het koken in de gang werd niet als gevaarlijk beoordeeld.
Daarnaast speelde een incident waarbij appellant een medewerkster van Het Nieuwe Huis bedreigde en probeerde te mishandelen. Het hof hechtte aan de getuigenverklaring van een buurvrouw en oordeelde dat appellant zich niet als goed huurder had gedragen. Desondanks vond het hof dat deze gebeurtenis, in combinatie met de overige omstandigheden, geen grond gaf voor onmiddellijke ontruiming.
Het hof benadrukte dat de huidige situatie de maximaal aanvaardbare grens van veiligheid en hygiëne vertegenwoordigt en dat het waarschijnlijk is dat de situatie weer zal verslechteren. Het Nieuwe Huis heeft het recht om inspecties uit te voeren, waartoe appellant zich ook heeft verplicht. De vraag of de huurovereenkomst kan worden voortgezet zonder controle zal in een bodemprocedure worden beoordeeld.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het de ontruiming betrof, wees de vordering tot ontruiming af en veroordeelde Het Nieuwe Huis in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de woning wordt afgewezen en Het Nieuwe Huis wordt veroordeeld in de proceskosten.