Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
grief 2betoogt [appellant] dat de kantonrechter ten onrechte de hoogte van de
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak is appellant in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter dat de huurovereenkomst ontbond en ontruiming van de gehuurde woning gelastte wegens een huurachterstand van meer dan drie maanden.
De feiten zijn niet in geschil: appellant huurde een woning van EKA Vastgoed en raakte in huurachterstand na een faillissement dat later werd opgeheven. De kantonrechter wees de vorderingen tot ontbinding en ontruiming toe en veroordeelde appellant tot betaling van achterstallige huur en bijkomende kosten.
Appellant voerde aan dat zijn betaalcapaciteit was hersteld en dat een belangenafweging in zijn voordeel moest uitvallen. Het hof oordeelde echter dat appellant tekortgeschoten is in zijn verplichtingen en dat zijn financiële situatie niet was verbeterd, mede omdat hij niet meer werkzaam was als offshore medewerker en geen vast inkomen had. De belangen van EKA Vastgoed wegen zwaarder dan de nadelige gevolgen voor appellant en zijn gezin.
Daarom faalden de grieven van appellant en werd het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd met een aangepaste ontruimingstermijn. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding en ontruiming wegens huurachterstand met aangepaste ontruimingstermijn.