ECLI:NL:GHAMS:2014:5429

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
15 december 2014
Publicatiedatum
18 december 2014
Zaaknummer
200.149.037/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging onmiddellijke voorziening en ontslag bestuurder Depron B.V. na faillissement

De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde het verzoek tot beëindiging van de onmiddellijke voorziening die eerder was getroffen bij Depron B.V. en het ontslag van de bestuurder jhr. drs. L.M. Rutgers van Rozenburg. Dit volgde op het faillissement van Depron B.V., uitgesproken door de rechtbank Oost-Brabant op 11 november 2014, waarbij mr. Deterink als curator werd benoemd.

Na diverse correspondentie en verzoeken van partijen, waaronder SAS Investments B.V., en het verzoek van Rutgers zelf om ontslag als bestuurder, heeft de Ondernemingskamer vastgesteld dat geen partij zich tegen de opheffing van de voorziening verzette. Partijen en de curator hebben zich niet uitgelaten over voortzetting of financiering van de voorziening.

De Ondernemingskamer besloot daarom de onmiddellijke voorziening per direct te beëindigen en daarmee tevens het verzoek van Rutgers te honoreren om uit zijn functie als bestuurder van Depron B.V. te worden ontheven. De geplande mondelinge behandeling op 18 december 2014 vond geen doorgang.

Deze beslissing is genomen door vijf raadsheren en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting van 15 december 2014.

Uitkomst: De Ondernemingskamer beëindigt de onmiddellijke voorziening bij Depron B.V. en ontslaat Rutgers als bestuurder.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.149.037/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 15 december 2014
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster 1],
gevestigd te [....],
advocaten:
mr. P.D. Oldenen
mr. F.G.K. Overkleeft, kantoorhoudende te Amsterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SAS INVESTMENTS B.V.,
gevestigd te Loenen, gemeente Stichtse Vecht,
advocaat:
mr. B.J. van Dijen, kantoorhoudende te Lelystad,
VERZOEKSTERS,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DEPRON HOLDING B.V.,
gevestigd te Weert,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DEPRON B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
VERWEERSTERS,
advocaat:
mr. Ph.W. Schreurs, kantoorhoudende te Eindhoven.

1.Het verloop van het geding

1.1
Partijen en andere personen worden hierna (ook) als volgt aangeduid:
  • verzoekster sub 1 met: [verzoekster 1]
  • verzoekster sub 2 met: SAS
  • verweerster sub 1 met: Depron Holding
  • verweerster sub 2 met: Depron
  • verweersters gezamenlijk met: Depron c.s.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 21 augustus en 30 oktober 2014.
1.3
Bij haar beschikking van 21 augustus 2014 heeft de Ondernemingskamer – voor zover hier van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Depron c.s. over de periode vanaf 1 december 2008 en mr. G.J.J.A. van Zeijl (hierna Van Zeijl) benoemd teneinde dit onderzoek te verrichten, alsmede – bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding – [S] en [O] als bestuurders van Depron c.s. geschorst, jhr. drs. L.M. Rutgers van Rozenburg (hierna Rutgers) benoemd tot bestuurder van Depron c.s. en alle aandelen van [verzoekster 1] en SAS in het geplaatste kapitaal van Depron Holding, minus één door ieder van hen gehouden aandeel ten titel van beheer aan Rutgers overgedragen.
1.4
Bij brief aan de Ondernemingskamer van 30 november 2014 heeft Rutgers de Ondernemingskamer onder andere bericht:
“Toen op 10 november 2014 duidelijk werd dat dit[doorstart van Depron]
geen positief resultaat op had geleverd en ook niet meer zou kunnen opleveren, heeft ondergetekende faillissement aangevraagd voor Depron B.V. Dit faillissement is vervolgens op 11 november 2014 door de rechtbank Oost-Brabant uitgesproken. Zoals gemeld fungeert Mr. Deterink als curator van deze vennootschap.
Gelet op deze ontwikkeling verzoek ik u mij te ontheffen van mijn functie als bestuurder van Depron B.V.
1.5
De secretaris van de Ondernemingskamer heeft partijen en de curator van Depron, mr. A.A.M. Deterink (hierna de curator) bij brief van 1 december 2014, met kopie aan Rutgers en Van Zeijl voormeld, in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk op 10 december 2014 over voormeld verzoek van Rutgers en over de voortzetting van de gelaste onmiddellijke voorziening en (indien voortzetting gewenst wordt) over de financiering van de getroffen onmiddellijke voorziening, uit te laten.
1.6
Bij e-mailbericht van 4 december 2014 heeft mr. Schreurs namens Depron c.s. aan de Ondernemingskamer medegedeeld “
in te stemmen met het verzoek van Rutgers en de eventuele beëindiging van de onmiddellijke voorziening terzake van Depron B.V.”
1.7
Bij e-mailbericht van 10 december 2014 heeft mr. Van Dijen namens SAS aan de Ondernemingskamer onder andere medegedeeld:
“Graag verwijs ik u naar de akte die ik Uw Hof namens cliënte reeds op 24 november 2014 deed toekomen in reactie op het schrijven van Uw Hof van 13 november 2014. Hierin werd geconcludeerd en verzocht de heer L.M. Rutgers van Rozenburg als bestuurder van Depron Holding B.V. en Depron B.V. te ontslaan alsmede deze te ontheffen als beheerder van alle aandelen van [verzoekster 1] en SAS Investments B.V. in het geplaatste kapitaal van Depron Holding B.V., minus één door ieder van hen gehouden aandeel. Voorts werd verzocht voor zover mogelijk de curator van Depron B.V. te verzoeken om de heer Van Zeijl in de gelegenheid te stellen diens eindrapportage op te stellen op kosten van de boedel.
Nadien ontving ondergetekende een aangepaste verzoek zijdens de heer L.M. Rutgers van Rozenburg van 30 november jl., waarbij de heer L.M. Rutgers van Rozenburg ongemotiveerd zijn hiervoor genoemde verzoek aan Uw Hof inzake Depron Holding B.V. wenste in te trekken. SAS Investments B.V. heeft zich hierover verbaasd en ziet thans geen aanleiding om haar standpunt te dezen aanzien te wijzigen. SAS Investments B.V. persisteert derhalve bij haar akte van 24 november 2014. SAS Investments B.V. ziet ook geen noodzaak van het aanhouden van de heer L.M. Rutgers van Rozenburg als bestuurder en beheerder van de aandelen. Sterker, voor zover er middelen zijn, is het niet wenselijk daarmee de heer L.M. Rutgers van Rozenberg als bestuurder en beheerder van de aandelen te voldoen in de door hem te maken kosten.”
1.8
Bij brief van 11 december 2014 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 18 december 2014 om het verzoek van SAS zoals bedoeld in haar e-mail van 10 december 2014 en haar antwoordakte van 24 november 2014 om – zakelijk weergegeven – Rutgers te ontslaan althans te ontheffen als (i) bestuurder van Depron c.s. en (ii) beheerder van alle aandelen van [verzoekster 1] en SAS in het geplaatste kapitaal van Depron Holding, minus één door ieder van hen gehouden aandeel te behandelen.
1.9
Bij e-mailbericht van 11 december 2014 heeft de curator aan de Ondernemingskamer onder andere bericht:
“In antwoord op Uw onderstaande email deel ik U mede , dat ik, in mijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Depron B.V., toestemming van de Rechter Commissaris heb verkregen om het faillissement van Depron Holding aan te vragen. Het F.request zal nog deze week bij de Rechtbank Oost- Brabant worden ingediend.”
1.1
Bij e-mailbericht van 11 december 2014 heeft mr. Van Dijen namens SAS aan de Ondernemingskamer onder andere bericht:
“Graag verwijs ik u nogmaals naar de akte die ik Uw Hof namens cliënte reeds op 24 november 2014 deed toekomen in reactie op het schrijven van Uw Hof van 13 november 2014. (…) Dit verzoek behelsde geen zelfstandig verzoek tot het ontslaan van Rutgers, ik begrijp thans dat Uw Hof het als zodanig beschouwt.
Inmiddels heeft de werkelijkheid het vorenstaande ingehaald, nu mr. Deterink heeft aangekondigd het faillissement van Depron Holding B.V. aan te vragen. In dit verband verzoek ik u de verzoeken van SAS Investements B.V, de heer L.M. Rutgers van Rozenburg als bestuurder van Depron Holding B.V. en Depron B.V. te ontslaan alsmede deze te ontheffen als beheerder van alle aandelen van [verzoekster 1] en SAS Investments B.V. in het geplaatste kapitaal van Depron Holding B.V., minus één door ieder van hen gehouden aandeel, voor zover thans nog door Uw Hof als zodanig beschouwd, als ingetrokken te beschouwen. Mag ik u verzoeken te bevestigen dat de geplande zitting van 18 december 2014 geen doorgang behoeft te vinden.”
1.11
Bij brief van 15 december 2014 heeft de Ondernemingskamer partijen bericht dat de mondelinge behandeling van het verzoek van SAS geen doorgang vindt.

2.De gronden van de beslissing

2.1
Het is de Ondernemingskamer - mede gelet op het faillissement van Depron - niet gebleken van enig belang dat zich tegen opheffing van de getroffen onmiddellijke voorziening bij Depron verzet en partijen en de curator hebben zich, hoewel daartoe uitdrukkelijk door de Ondernemingskamer in de gelegenheid gesteld, zich (ook) niet uit uitgelaten over voortzetting van de onmiddellijke voorziening en (indien voortzetting gewenst wordt) over de financiering van de getroffen onmiddellijke voorziening.
Daarom zal de Ondernemingskamer de bij beschikking van 21 augustus 2014 getroffen onmiddellijke voorziening bij Depron beëindigen en wel per heden. Daarmee is eveneens voldaan aan het verzoek van Rutgers om uit zijn functie van bestuurder van Depron ontheven te worden.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
beëindigt met ingang van heden de bij haar beschikking van 21 augustus 2014 getroffen
onmiddellijke voorziening bij Depron B.V.;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Faber, voorzitter, mr. E.A.G. van der Ouderaa en mr. G.C. Makkink, raadsheren, en drs. J. van den Belt en drs. P.G. Boumeester, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 15 december 2014.