Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[GEÏNTIMEERDE SUB 1],
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HOLDING L’ORTIJE B.V.
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
langer dan 5 jaar en korter dan 10 jaaralsook het vakje bij
langer dan 10 jaaraangekruist.
Inkomsten vooral via management fee van Londsfort B.V. Management fee zal komende jaren naar verwachting verdubbelen tot ca. € 10.000,= ex BTW per maand. Salaris zal niet/nauwelijks stijgen naar verwachting.
Naar aanleiding van ons telefonisch gesprek vandaag, geef ik u opdracht, door eventueel mogelijke toekomstige onttrekkingen, tot nader bericht geen nieuwe aankopen meer te verrichten.
dat hetgeen ter zitting aan de orde is gesteld in de zaak 191232 eveneens heeft te gelden als aan de orde gesteld in de onderhavige zaak…” Bij deze grief mist Wilgenhaege belang. Wat er zij van de toelaatbaarheid van het meewegen van stellingen en feiten in een parallelle - ter zitting in eerste aanleg tegelijk met deze zaak besproken - zaak (zonder dat daarover met partijen afspraken zijn gemaakt), het hof zal uitsluitend beslissen op de feiten en stellingen in deze zaak.
Inkomsten vooral via management fee van Londsfort B.V. Management fee zal komende jaren naar verwachting verdubbelen tot ca. € 10.000,= ex BTW per maand. Salaris zal niet/nauwelijks stijgen naar verwachting.Dat betekent, dat Wilgenhage er in redelijkheid vanuit mocht gaan dat [geïntimeerde sub 1] (en/of zijn vrouw) voor het levensonderhoud niet aangewezen waren op inkomsten uit de portefeuille.
investment gradeinstellingen zoals Lehman Brothers en Landsbanki failliet gaan, doen zich heel andere risico’s voor dan normaal gesproken het geval is. Voor herkwalificatie van stukken zoals door [geïntimeerden] noodzakelijk geacht bestaat, mede tegen die achtergrond, geen reden. De indeling door Wilgenhaege is conform de destijds bestaande inzichten in de markt geschied, aldus nog steeds Wilgenhaege.
non-investment gradewaren - tot de aandelen moeten worden gerekend, voert Wilgenhaege aan dat de couponrente steeds is betaald en dat, voor zover de obligaties al zijn afgelopen, ook de nominale waarde is terugbetaald. Voorts belegden ook pensioenfondsen destijds in dergelijke obligaties, aldus Wilgenhaege. [geïntimeerden] hebben die stellingen op zichzelf niet betwist, maar voeren aan dat collectief vermogensbeheer niet met individueel vermogensbeheer mag worden vergeleken. Dergelijke fondsen hebben miljarden in beheer voor allerlei personen, terwijl de horizon, doelstelling en risicobereidheid per persoon vanzelfsprekend kunnen verschillen, aldus [geïntimeerden]