ECLI:NL:GHAMS:2014:567
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verjaringseis effectenleaseovereenkomst en vernietiging op grond van art. 1:89 BW
In deze zaak stond centraal de vernietiging van een effectenleaseovereenkomst door de echtgenote van de wederpartij op grond van artikel 1:89 BW Pro, omdat zij geen schriftelijke toestemming had gegeven voor het aangaan van de overeenkomst. Dexia stelde dat de vordering tot vernietiging was verjaard, waarbij de kantonrechter een bewijsvermoeden aannam dat de echtgenote bekend was met de overeenkomst vanwege betalingen vanaf een en/of-rekening.
De wederpartij werd toegelaten tot het leveren van tegenbewijs en slaagde hierin door middel van getuigenverklaringen. Het hof bevestigde dat het bewijsvermoeden was weerlegd en dat Dexia onvoldoende concrete feiten had aangevoerd om het tegendeel te bewijzen. De verjaringstermijn van drie jaar, zoals voorgeschreven in artikel 3:52 BW Pro, was daardoor niet verstreken.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en wees het hoger beroep van Dexia af. Dexia werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Het incidenteel hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet voldoen aan de voorwaarden voor behandeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst het hoger beroep van Dexia af wegens onvoldoende bewijs van verjaring.