ECLI:NL:GHAMS:2014:6011
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken rechtvaardigingsgrond bij mishandeling
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam werd verdachte beschuldigd van het opzettelijk mishandelen van het slachtoffer door het geven van een kopstoot en/of slagen tegen het gezicht, waarbij letsel werd toegebracht.
Tijdens de zitting kwam naar voren dat het incident plaatsvond op 22 november 2012 in Amsterdam, waarbij een conflict ontstond tussen verdachte, zijn vriendin en de aangever. De aangever gaf verdachte een duw, waarna verdachte klappen uitdeelde ter verdediging van zijn vriendin. Diverse getuigenverklaringen bevestigden dat het eerste geweld van de aangever uitging.
Het hof oordeelde dat de verdachte de klappen alleen gaf ter noodzakelijke verdediging en dat niet vaststaat dat hij het letsel zonder rechtvaardigingsgrond heeft toegebracht. Daarom sprak het hof verdachte vrij van mishandeling. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd afgewezen omdat de mishandeling niet bewezen was.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling wegens ontbreken van een rechtvaardigingsgrond.