ECLI:NL:GHAMS:2014:6049
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.F. Slijpen
- E.F. Faase
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Beoordeling objectieve voordeelsverwachting bij kamerverhuur en afwijzing beroep op vertrouwensbeginsel
Belanghebbende voerde kamerverhuuractiviteiten in 2010 en stelde dat deze een bron van inkomen vormden en als onderneming kwalificeerden. De rechtbank oordeelde dat er geen objectieve voordeelsverwachting was omdat in 2010 geen omzet werd gegenereerd en de kosten hoog waren. Dit oordeel werd bevestigd door het Hof, ondanks dat belanghebbende in hoger beroep een verklaring gaf voor het ontbreken van omzet.
Het Hof benadrukte dat de beoordeling van de objectieve voordeelsverwachting primair op feiten uit 2010 moet plaatsvinden, maar ook omstandigheden uit latere jaren kunnen worden betrokken. Het feit dat belanghebbende zich in 2011 als ondernemer afmeldde, ondersteunde het oordeel dat geen winstverwachting bestond.
Daarnaast wees het Hof het beroep op het vertrouwensbeginsel af. De inspecteur had in 2011 de aangifte zonder nader onderzoek gevolgd, maar dit was geen bewuste standpuntbepaling waarop belanghebbende mocht vertrouwen. Ook de aanslag over 2010 was gebaseerd op de eerste aangifte, niet op de herziene, waardoor geen gerechtvaardigd vertrouwen bestond.
Ten slotte bevestigde het Hof het oordeel van de rechtbank dat geen proceskostenvergoeding toegekend hoefde te worden voor een brief die na uitnodiging voor de zitting was ingediend, aangezien dit een nader stuk betrof en geen proceshandeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2010 blijft in stand.