ECLI:NL:GHAMS:2014:6146
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde voor erfbelasting bij waardering legaat
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de erfbelastingaanslag die was gebaseerd op een WOZ-waarde van €457.000 voor een woning uit de nalatenschap van zijn moeder. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Hof bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De kern van het geschil betrof de waardering van het legaat dat belanghebbende ontving. Hij stelde dat de waarde gelijk moest zijn aan het daadwerkelijk ontvangen bedrag van circa €45.700 of subsidiair dat een lagere economische waarde van €325.000 moest worden gehanteerd. Het Hof oordeelt dat de Successiewet 1956 voorschrijft dat voor erfbelasting de WOZ-waarde geldt, en dat de civielrechtelijke waardering niet ter beoordeling staat.
Het Hof benadrukt dat de WOZ-waarde na bezwaar onherroepelijk vaststaat en dat het niet bevoegd is om deze te verlagen. Ook het beroep op billijkheid wordt verworpen omdat de rechter gebonden is aan de wet en niet mag afwijken van de wettelijke waarderingsregels.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er worden geen kosten aan de wederpartij opgelegd. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €457.000 blijft leidend voor de erfbelastingaanslag.