ECLI:NL:GHAMS:2014:64
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing over beslagvrije voet bij derdenbeslag op AOW-uitkering
In deze zaak heeft de kandidaat-gerechtsdeurwaarder in opdracht van de SNS Bank een executoriaal derdenbeslag gelegd op de AOW-uitkering van klager. De beslagvrije voet werd aanvankelijk op nihil gesteld vanwege het ontbreken van een vaste verblijfplaats van klager in Nederland. Na bewijs van vestiging in Nederland werd de beslagvrije voet aangepast.
Klager stelde dat de deurwaarder de beslagvrije voet niet tijdig had aangepast en dat teveel ingehouden bedragen niet aan hem waren terugbetaald. Het hof overwoog dat klager onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij vóór 26 juli 2012 in Nederland woonde, waardoor de deurwaarder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar handelde door toen geen beslagvrije voet toe te passen.
Verder oordeelde het hof dat de beslagvrije voet na 26 juli 2012 correct was toegepast en dat het teveel geïncasseerde bedrag was terugbetaald aan klager en zijn echtgenote. Wel stelde het hof dat bij de uitbetaling over juli 2012 ook rekening gehouden moet worden met de belastingvrije voet voor de periode 26 tot en met 31 juli, maar dat het niet verzoeken van terugbetaling over die korte periode niet ernstig genoeg was voor tuchtrechtelijke verwijtbaarheid.
Het hof wees het verzoek van klager af om de deurwaarder te veroordelen tot betaling van het te weinig terugbetaalde bedrag en tot vergoeding van de kosten van de beroepsprocedure. De bestreden beslissing van de kamer werd bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de kandidaat-gerechtsdeurwaarder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en wijst het beroep van klager af.