ECLI:NL:GHAMS:2014:692

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 maart 2014
Publicatiedatum
13 maart 2014
Zaaknummer
200.128.552/01 NOT
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1 hypotheekakte
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beslissing notarisverklaring waardeloosheid hypotheekrechten

In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de notaris terecht een verklaring van waardeloosheid met betrekking tot hypotheekrechten had opgemaakt en in het openbare register had ingeschreven. Klagers hadden aan Corpus Experience Beheer B.V. geldleningen verstrekt met een eerste recht van hypotheek. Na opzegging van de hypotheekrechten door klagers, stelde de notaris de verklaring van waardeloosheid op.

Klagers voerden aan dat de notaris zonder overleg met hen handelde en hun correspondentie onrechtmatig aan de advocaat van Corpus had verstrekt, wat een schending van de geheimhoudingsplicht zou zijn. De notaris betwistte deze klachten.

Het hof oordeelde dat de notaris op grond van de opzegging door klagers bevoegd was de verklaring op te maken en te registreren. De notaris mocht vertrouwen op de deurwaardersexploot als bewijs van opzegging en had geen overlegplicht. De klacht over het delen van informatie met de advocaat werd eveneens verworpen omdat de klacht zelf niet onder geheimhouding viel.

Het hof bekrachtigde daarmee de beslissing van de kamer voor het notariaat en wees de klachten ongegrond. De zaak werd in hoger beroep behandeld op 6 februari 2014 en het arrest werd op 11 maart 2014 uitgesproken.

Uitkomst: De klacht tegen de notaris wordt ongegrond verklaard en de bestreden beslissing wordt bekrachtigd.

Uitspraak

beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.128.552/01
nummer eerste aanleg : 524830/NT 12-46
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 11 maart 2014
inzake
1. de vennootschap naar Belgisch recht
NV Finance de Belgique,
gevestigd te Kapellen, België,
en
2. [klager 2],
wonend te [woonplaats],
appellanten,
gemachtigde: mr. A. Quispel, advocaat te Oud-Beijerland,
tegen
[notaris],
notaris te[notaris],
geïntimeerde.

1.Het geding in hoger beroep

1.1.
Van de zijde van appellanten (hierna: klagers) is bij een op 11 juni 2013 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift – met bijlage – tijdig hoger beroep ingesteld tegen de (aan deze beslissing gehechte) beslissing van de kamer voor het notariaat te Amsterdam (hierna: de kamer), van 16 mei 2013, waarbij hun klacht tegen geïntimeerde (hierna: de notaris) ongegrond is verklaard.
1.2.
De notaris heeft een verweerschrift, gedateerd 9 augustus 2013, ingediend.
1.3.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 6 februari 2014. Klagers en de notaris zijn verschenen en hebben het woord gevoerd, de notaris aan de hand van een pleitnotitie.

2.De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.
3. De feiten
3.1.
Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.
3.2.
Kort gezegd gaat het in deze zaak om het volgende. Klagers hebben aan Corpus Experience Beheer B.V. (hierna: Corpus) geldleningen verstrekt waarvoor Corpus hen bij akte van 7 september 2006 een eerste recht van hypotheek heeft verleend.
Blijkens die akte is klager 2 bestuurder van klaagster 1. Nadat klaagster 1 bij exploot van 4 november 2011 Corpus onder betekening van de hypotheekakte had aangezegd de bij de hypotheekakte gevestigde hypotheekrechten op te zeggen, heeft de notaris op 23 november 2011 bij notariële akte een verklaring van waardeloosheid met betrekking tot die hypotheekrechten opgemaakt en in het openbare register doen inschrijven.
Bij exploot van 28 december 2011 hebben klagers gezamenlijk Corpus aangezegd de bij hypotheekakte van 7 september 2006 gevestigde hypotheekrechten op te zeggen.

4.Het standpunt van klagers

Klagers verwijten de notaris dat hij op grond van het eerste exploot en zonder overleg met hen de verklaring van waardeloosheid heeft opgemaakt. Daarnaast verwijten zij hem dat hij correspondentie met klagers over hun bezwaar tegen het opmaken van die verklaring aan de advocaat van Corpus, die aan het kantoor van de notaris is verbonden, heeft doorgezonden en daarmee zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden.

5.Het standpunt van de notaris

De notaris heeft de klacht bestreden. Zijn standpunt wordt, voor zover relevant, hieronder besproken.

6.De beoordeling

6.1.
Uit de uitgebrachte exploten blijkt dat klagers hun hypotheekrechten hebben opgezegd, waartoe zij op grond van artikel 2.1 onder f van de hypotheekakte van 7 september 2006 bevoegd waren. Gelet op de opzegging mocht de notaris de verklaring van waardeloosheid opmaken en doen inschrijven in het openbare register. De omstandigheid dat klagers met de exploten beoogden de geldlening op te zeggen en niet hun hypotheekrechten, wat daarvan ook zij, komt voor hun risico. Er is verder niet gebleken van feiten of omstandigheden die de notaris in dit concrete geval ertoe hadden moeten brengen in overleg te treden met klagers. Met name is geen reden om aan te nemen dat de notaris aan de opzegging had moeten twijfelen nu deze bij deurwaardersexploot is gedaan. Integendeel, aan dat feit mocht de notaris veeleer het vertrouwen ontlenen dat de opzegging overeenstemde met de wil van klagers. Het hof laat dan nog in het midden of de notaris op grond van overleg met klagers zijn ministerie had mogen weigeren, in aanmerking genomen dat het hypotheekrecht door de opzegging(en) was teniet gegaan en de inschrijving van de verklaring van waardeloosheid slechts een administratieve verwerking daarvan betrof.
6.2.
Aan de omstandigheid dat de notaris de verklaring van waardeloosheid al heeft opgemaakt nadat alleen klaagster 1 de hypotheekrechten had opgezegd, komt in dit geval geen belang toe, omdat kort daarna opzegging door klagers gezamenlijk heeft plaatsgevonden.
6.3.
Het enkele feit dat de notaris de advocaat van Corpus heeft ingelicht over de klacht van klagers, is geen schending van zijn geheimhoudingsverplichting. De klacht behoort immers niet tot feiten die de notaris in zijn relatie tot klagers of anderen geheim had te houden. Niet gebleken is dat de notaris ook feiten aan de advocaat van Corpus heeft meegedeeld die wel onder zijn geheimhoudingsverplichting vallen.
6.4.
Uit het voorgaande volgt dat de klacht ongegrond is. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan onbesproken blijven omdat het niet kan leiden tot een andere beslissing. Het hof zal de beslissing van de kamer daarom bekrachtigen.

7.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de bestreden beslissing.
Deze beslissing is gegeven door mrs. W.J.J. Los, J. Blokland en P. Blokland en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 11 maart 2014 door de rolraadsheer.