ECLI:NL:GHAMS:2014:718
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag van instantie wegens te late betaling griffierecht in hoger beroep
Appellant stelde hoger beroep in tegen vonnissen van de rechtbank Noord-Holland en betaalde het griffierecht te laat, namelijk na meer dan vier weken na de eerste uitroeping van de zaak. Appellant voerde aan dat de betalingstermijn ruimer was dan vier weken vanwege onduidelijkheid en afwijkende procesreglementen, en dat toepassing van artikel 127a lid 2 Rv tot onbillijkheid van overwegende aard zou leiden.
Het hof oordeelde dat het griffierecht te laat was betaald en dat de reglementen geen ruimer betalingskader boden dan de wettelijke termijn. De door appellant aangevoerde omstandigheden lagen in zijn eigen risicosfeer en er was geen sprake van onjuiste informatie door de gerechtelijke administratie. Ook werd geoordeeld dat het recht op toegang tot de rechter niet zodanig werd beperkt dat dit strijdig was met artikel 6 EVRM Pro.
Geïntimeerde wenste geen incidenteel appel in te stellen en werd ontslagen van de instantie. Appellant werd veroordeeld in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door het hof Amsterdam op 25 februari 2014.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt ontslagen van de instantie wegens te late betaling van het griffierecht door appellant.