Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
beiderzijds.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak vordert appellante dat VUmc aansprakelijk wordt gesteld voor schade als gevolg van een mislukte borstreconstructie met de DIEP-flaptechniek, waarbij zij borstverlies en uitvalsverschijnselen aan haar armen heeft opgelopen.
De rechtbank wees de meeste vorderingen af, behalve een beperkte schadevergoeding voor gebitsschade en een fout bij het doorgeven van een antibioticum. Appellante stelde in hoger beroep dat de operatie niet volgens de professionele standaard was uitgevoerd en dat zij onvoldoende was geïnformeerd over de risico's.
Het hof oordeelde dat het falen van de operatie een niet aan de arts te verwijten complicatie betrof en dat appellante onvoldoende bewijs leverde dat de uitvalsverschijnselen aan haar armen door de operatie werden veroorzaakt. Ook was onvoldoende gesteld dat zij bij juiste informatie de operatie niet zou hebben ondergaan.
Het bewijsaanbod van appellante werd verworpen omdat het geen nieuwe feiten betrof die tot een ander oordeel konden leiden. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellante in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat VUmc niet aansprakelijk is voor de mislukte borstreconstructie en uitvalsverschijnselen, behalve voor beperkte schadevergoeding voor gebitsschade en een fout bij antibioticumverstrekking.