Uitspraak
VICTORIA HOTEL C.V.,
Gerechtshof Amsterdam
Appellante, een besloten vennootschap, stelde hoger beroep in tegen twee vonnissen van de kantonrechter in een huurgeschil met geïntimeerde, een commanditaire vennootschap. Het geschil betrof onder meer een vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik.
Het hof oordeelde dat het vonnis van 24 oktober 2014 een deelvonnis is en het vonnis van 20 juni 2014 een tussenvonnis met bindende eindbeslissingen bevat. Op grond van artikel 337 Rv Pro kan hoger beroep tegen een tussenvonnis slechts tegelijk met dat tegen het eindvonnis worden ingesteld.
Het hof verklaarde het hoger beroep ontvankelijk, ook tegen het tussenvonnis, en stelde vast dat tegen beide vonnissen grieven kunnen worden gericht. De zaak werd verwezen naar de rol voor het nemen van een memorie van grieven door appellante, waarna verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ontvankelijk en verwijst de zaak naar de rol voor memorie van grieven.