Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
DAS NEDERLANDSE RECHTSBIJSTAND VERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ N.V.,
Gerechtshof Amsterdam
Appellante trad op 1 juni 2012 in dienst bij DAS met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die eenmaal werd verlengd tot 31 mei 2014. Op 27 februari 2014 vond een gesprek plaats waarin volgens appellante een nieuw contract werd aangeboden en aanvaard, wat zou leiden tot een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd conform de toepasselijke cao en wettelijke regeling.
DAS stelde dat slechts intenties tot verlenging werden uitgesproken en dat het contract niet onbepaalde tijd zou zijn. Het hof oordeelde dat uit een e-mail van de teamleiders en de brief van DAS blijkt dat wel degelijk een aanbod tot verlenging is gedaan en aanvaard, waardoor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan.
De stelling van DAS dat zij dwalend was over de rechtsgevolgen werd verworpen omdat zij op de hoogte had moeten zijn van de cao-regeling. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vorderingen van appellante toe, waaronder wedertewerkstelling, salarisbetaling vanaf 1 juni 2014, een gematigde wettelijke verhoging en vergoeding van buitengerechtelijke kosten.
DAS werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. Het arrest werd uitgesproken op 31 maart 2015 door het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: DAS is veroordeeld tot wedertewerkstelling en betaling van salaris vanaf 1 juni 2014 wegens het ontstaan van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.