ECLI:NL:GHAMS:2015:1480
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tuchtprocedure tegen overleden notaris in hoger beroep
Klaagster heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de kamer voor het notariaat waarin zij niet-ontvankelijk werd verklaard in haar klacht tegen meerdere notarissen. Tijdens de procedure werd bekend dat een van de betrokken notarissen eind 2014 is overleden.
Het hof onderzoekt de gevolgen van het overlijden van een (kandidaat-)notaris tijdens een tuchtprocedure. De Wet op het notarisambt bevat geen regeling voor deze situatie, maar het hof overweegt dat het tuchtrecht primair het algemeen belang dient en gericht is op het waarborgen van de kwaliteit van de beroepsuitoefening. Een persoonlijke sanctie kan slechts aan een levende (kandidaat-)notaris worden opgelegd.
Het hof sluit aan bij regelingen in andere tuchtrechtelijke domeinen en het strafrecht, waar het overlijden van een betrokkene leidt tot het staken van de procedure. Daarom wordt de klacht tegen de overleden notaris niet-ontvankelijk verklaard en wordt de eerdere beslissing van de kamer bevestigd. De behandeling van klachten tegen overige betrokken notarissen wordt aangehouden.
De beslissing bevestigt dat het overlijden van een notaris tijdens de tuchtprocedure het einde van de procedure betekent en dat de klager in dat geval niet-ontvankelijk is in zijn klacht.
Uitkomst: De klacht tegen de overleden notaris wordt niet-ontvankelijk verklaard en de eerdere beslissing wordt bevestigd.