Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
hij op of omstreeks 4 mei 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [I.A.] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, éénmaal of meermalen met een vuurwapen één of meer kogel(s) in de (linker)borst, in elk geval in het lichaam van voornoemde [I.A.] heeft/hebben geschoten, tengevolge waarvan voornoemde [I.A.] is overleden;
hij op of omstreeks 4 mei 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [So.A.] (geboren op [datum]) van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, éénmaal of meermalen met een vuurwapen één of meer kogel(s) in de kaak, in elk geval in het lichaam van voornoemde [So.A.] heeft/hebben geschoten, tengevolge waarvan voornoemde [So.A.] is overleden;
hij op of omstreeks 4 mei 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [Se.A.] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, naar voornoemde [Se.A.] is toegegaan waarna hij verdachte en/of zijn mededader(s) en/of (vervolgens) éénmaal of meermalen met een vuurwapen één of meer kogel(s) in het lichaam van voornoemde [Se.A.] heeft/hebben geschoten en/of met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in het lichaam van voornoemde [Se.A.] heeft/hebben gestoken en/of gesneden;
hij op of omstreeks 4 mei 2011 te Amsterdam en/of Lelystad, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één of meer wapens van categorie III en/of munitie van categorie III voorhanden heeft gehad.
Vonnis waarvan beroep
Nietigheid van de inleidende dagvaarding
Inleiding
Vrijspraak
Bewezenverklaring
Bewijsmiddelen
[I.A.].
[So.A.].
waarschijnlijkerzijn wanneer hypothese 3 juist is, dan wanneer hypothese 4 juist is.
- Ongeveer even waarschijnlijk
- Waarschijnlijker
- Zeer veel waarschijnlijker
verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 12 maart 2015.
de verdachte:
de verdachte [Ü.A.]:
[Se.A.]:
[H.G.]:
de getuige [O.G.]:
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Een beroep op noodweer kan slechts slagen in een situatie waarin de verdediging van lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding noodzakelijk en geboden is. Bij de beantwoording van de vraag of een gedraging geboden is door de noodzakelijke verdediging - waarmee onder meer de proportionaliteitseis tot uitdrukking wordt gebracht - komt mede betekenis toe aan de waardering van de feitelijke omstandigheden van het geval.
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf en maatregel
Vordering van de benadeelde partij [1]
Vordering van de benadeelde partij [Se.A.]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) jaren.
Vordering van de benadeelde partij [1]
€ 1.238,00 (duizend tweehonderdachtendertig euro) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 1.238,00 (duizend tweehonderdachtendertig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
22 (tweeëntwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [Se.A.]
€ 9.800,00 (negenduizend achthonderd euro) bestaande uit
€ 9.800,00 (negenduizend achthonderd euro) bestaande uit € 1.300,00 (duizend driehonderd euro) materiële schade en € 8.500,00 (achtduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
84 (vierentachtig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.