Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
- verdachte besluit voordat hij naar [A] gaat een wapen mee te nemen;
- verdachte rijdt dan naar Amsterdam, een tocht van al gauw een uur;
- verdachte belt voordat hij aankomt bij [A] naar [persoon 8] en vraagt of de mannen er nog zijn;
- verdachte wil zijn auto niet bij [A] parkeren, wat er op duidt dat verdachte niet wil dat zijn aanwezigheid daar op grond van zijn auto kan worden vastgesteld;
- verdachte zegt bij aankomst bij [A] tegen [persoon 7] woorden als: “[persoon 7], [persoon 7], je moet wat er gaat gebeuren maar ondergaan” of “Je moet je maar neerleggen bij wat er gaat gebeuren”, waarmee verdachte bedoelde te zeggen dat hij met geweld een einde ging maken aan het conflict met [persoon 2] en [persoon 3];
- het bezoek van [persoon 11] en [persoon 10] aan het kantoor staat aan de vaststelling van een ogenblikkelijke gemoedsopwelling bij verdachte in de weg.
- op het wapen van het merk Zastava, waaruit de dodelijke kogels voor [persoon 2] en [persoon 1] en de kogel die in het lichaam van [persoon 3] is aangetroffen, afkomstig zijn, is heel veel DNA van [persoon 3] aangetroffen, terwijl niet is vastgesteld dat ook DNA van verdachte op dit wapen is aangetroffen;
- verdachte heeft op niemand doelgericht geschoten;
- niet kan worden bewezen dat de kogel die [persoon 2] dodelijk heeft geraakt door verdachte is afgevuurd, omdat bij [persoon 2] een inschot in de achterkant van zijn lichaam is vastgesteld, terwijl hij niet met zijn rug maar met zijn voorzijde naar verdachte stond;
- geen van de getuigen heeft verklaard dat verdachte gericht op [persoon 1] heeft geschoten en dat [persoon 1] vervolgens is neergegaan;
- ook tussen [persoon 3] en [persoon 1] bestonden de nodige problemen;
- er kan niet worden uitgesloten dat tijdens de worsteling tussen verdachte en [persoon 3] het pistool van [persoon 3] is afgegaan en dat [persoon 1] hierdoor is geraakt;
- het lichaam van [persoon 1] lag te ver om de hoek in de trapgang om door verdachte vanuit zijn positie bij het koffiezetapparaat te kunnen zijn geraakt;
- geen van de getuigen heeft verklaard dat verdachte gericht op [persoon 3] heeft geschoten en er is evenmin ander bewijs waaruit dit blijkt;
- de verklaring van verdachte dat Selims wapen weigerde kan ondersteunen dat [persoon 3] het wapen van het merk Zastava had, omdat een patroon uit dit wapen op de grond is gevallen;
- het zou goed kunnen dat tijdens de worsteling tussen verdachte en [persoon 3] het wapen van [persoon 3] is afgegaan en dat [persoon 3] daardoor is geraakt.
- dat verdachte heeft geschoten in de richting van de deur van de kantoorruimte;
- dat verdachte heeft geschoten van enkele meters afstand (in een kleine kantoorruimte);
- dat verdachte een aantal malen kort achter elkaar heeft geschoten;
- dat op het moment dat verdachte schoot [persoon 3], [persoon 2] en [persoon 1] dicht bij elkaar bij de deur stonden;
- dat na het eerste schot van verdachte [persoon 1] is neergegaan;
- dat daarna [persoon 3] viel;
- dat [persoon 2] op een gegeven moment op verdachte is afgekomen en dat hij neerviel toen hij dichtbij verdachte was.
nepwas, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Onderzoek naar dit wapen heeft namelijk uitgewezen dat het een vuurwapen betrof.
4.De strafbaarheid van de feiten
5.De strafbaarheid van verdachte
6.Op te leggen straf en beoordeling vorderingen benadeelde partijen
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
25 jaar.