ECLI:NL:GHAMS:2015:1860
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs valsheid in geschrifte bij hypotheekaanvraag
In hoger beroep is de verdachte beschuldigd van het valselijk opmaken en gebruiken van een hypotheekaanvraag en inkomensverklaring met een onjuist inkomen van zijn broer, met het oogmerk een hypotheek te verkrijgen. De rechtbank had de verdachte eerder veroordeeld, maar het hof vernietigt dit vonnis en spreekt hem vrij.
Het hof stelde vast dat de verdachte zijn broer in contact bracht met een hypotheekadviseur en betrokken was bij de woning, maar niet bij de ondertekening van de documenten. Er is onvoldoende bewijs dat hij bewust en nauw samenwerkte met anderen bij het vervalsen van de documenten of dat hij het oogmerk had om de hypotheeknemer te misleiden.
De verdachte had zelf een inkomen en mogelijkheden om een hypotheek aan te vragen. De aantekeningen van de verdachte over de aankoop zijn onduidelijk en laten geen bewijs van schuld zien. Het hof concludeert dat het bewijs niet voldoet aan de eis van wettige en overtuigende bewijsvoering en spreekt de verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van valsheid in geschrifte bij hypotheekaanvraag.