ECLI:NL:GHAMS:2015:1868
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte valsheid in geschrifte bij hypotheekaanvraag
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam inzake valsheid in geschrifte bij een hypotheekaanvraag. Verdachte werd ervan beschuldigd samen met anderen een valse inkomensverklaring en aanvraagformulier hypotheek te hebben opgemaakt en gebruikt met het oogmerk deze als echt te laten gelden.
Tijdens het onderzoek bleek dat veel feiten omtrent de hypotheekaanvraag onduidelijk zijn gebleven. Verdachte werkte als hypotheekadviseur en handelde mogelijk in goed vertrouwen op basis van door de medeverdachte aangeleverde stukken. Het hof kon niet vaststellen of verdachte bewust heeft gehandeld met oogmerk tot misleiding, noch of hij de documenten zelf valselijk heeft opgemaakt.
Het ontbreken van bewijs voor nauwe samenwerking met medeverdachten en het ontbreken van een financieel motief voor verdachte leidde tot de conclusie dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van valsheid in geschrifte wegens onvoldoende bewijs.