Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[GEÏNTIMEERDE SUB 1],
[GEÏNTIMEERDE SUB 2],
[GEÏNTIMEERDE SUB 3],
[GEÏNTIMEERDE SUB 5],
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond de koop van een zeiljacht centraal waarbij appellant stelde dat het schip wezenlijke gebreken had die een gevaar opleverden, en dat de verkopers en een scheepsmakelaar hiervan op de hoogte waren. Het hof heeft bewijslevering toegelaten maar vastgesteld dat de makelaar en verkopers niet op de hoogte waren van de oorlogsschade aan het schip. Diverse getuigenverklaringen en rapporten van experts bevestigden dat de schade moeilijk waarneembaar was en niet was ontdekt bij inspecties.
Appellant voerde tevens aan dat sprake was van dwaling en bedrog, maar het hof verwierp deze grieven wegens onvoldoende bewijs en het feit dat appellant een onderzoeksplicht had en de schade niet had ontdekt ondanks onderzoek. Wel oordeelde het hof dat het expertisebureau toerekenbaar tekortgeschoten was in de nakoming van de overeenkomst, waardoor ontbinding van die overeenkomst en terugbetaling van het betaalde bedrag werd toegewezen.
De vorderingen tegen de verkopers en makelaar werden afgewezen en de bestreden vonnissen werden bekrachtigd. De vorderingen tegen het expertisebureau werden toegewezen, inclusief een schadevergoeding op te maken bij staat. Proceskosten werden aan beide zijden toegewezen conform de uitkomst van de procedure.
Uitkomst: Vordering tot ontbinding overeenkomst met expertisebureau toegewezen, vorderingen tegen verkopers afgewezen.