Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
Bouwleges
Leges
[A]: (…) . Dan heb ik denk ik alles gezegd. Oh ja, de bouwleges nog. Motie 13. Het college heeft geen enkele moeite met het verhogen van het plafond tot 1 miljoen euro. Het college hoopt dat het project dat eraan vast hangt ten bedrage van 78 miljoen euro, volgend jaar gehaald wordt.
€ 31.320,--
18.438
15.142
-28.388 -28.388
879.873 841.131
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
Hof: dit moet zijn: € 785.400] en voorts heeft zij aangevoerd dat deze lagere raming strijdig is met de verhoging met ingang van 2012 van het plafond voor de heffing van de leges van € 300.000 naar € 1.000.000. Dat laatste duidt er volgens eiseres juist op dat er in 2012 zicht was op een groot project zoals dat van eiseres.
Juridisch kader
Hof: dit moet zijn: 22 november 2012] ten behoeve van de gemeentebegroting 2012. In deze uitdraai worden de kosten voor het product bouwvergunning (thans genaamd omgevingsvergunning) begroot op € 724.161. Deze kosten hebben betrekking op de uren die volgens begroting worden geschreven op het product bouwvergunningen. In de Programmabegroting keert dit bedrag terug op het iets hogere bedrag van € 727.800. Vervolgens heeft verweerder verwezen naar het in het Productenboek 2012 opgenomen hogere bedrag aan geraamde lasten van € 759.776. Naast het eerdere bedrag van € 724.161 omvat dit bedrag ook ramingen van kostenposten die in andere begrotingsposten zijn ondergebracht maar wel zijn toe te rekenen aan het product omgevingsvergunning. Het verschil betreft een lastenpost van € 20.113 betrekking hebbende op de geraamde inhuur van een externe medewerker die zijn tijd exclusief besteedt aan de toetsing van bouwplantekeningen en een post overige goederen en diensten van in totaal € 15.494. Indien over beide posten de betaalde omzetbelasting van € 3.821 + € 2.944 = € 6.765 wordt bijgeteld, dan bedraagt het nauwkeuriger geraamde bedrag aan lasten € 766.542.
Hof: dit moet zijn: € 785.400]. De rechtbank heeft geen reden om ervan uit te gaan dat de ramingen niet redelijk zijn geweest. Omdat over het jaar 2012 de geraamde baten van de in de Legesverordening 2012 geregelde rechten lager zijn dan de geraamde lasten ter zake, kan de rechtbank eiseres niet volgen in haar stelling dat de Legesverordening 2006 in strijd is met artikel 229b, eerste lid, van de Gemeentewet. Dit geldt tevens wanneer het door verweerder niet te verklaren verschil tussen de in de gemeentebegroting en de in de Programmabegroting opgenomen baten van (€ 727.800 -/- € 724.161 =) € 3.639 aan de lastenzijde buiten beschouwing wordt gelaten.”