Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
€ 3.198 en de boete verminderd tot € 8.548.
2.Feiten
De bevindingen van dit onderzoek zijn neergelegd in een rapport van 21 maart 2012.”
[Y]:
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, een financiële holding, stelde een auto ter beschikking aan haar directeur-grootaandeelhouder voor de jaren 2006 en 2007. De Belastingdienst legde naheffingsaanslagen loonheffingen en boetes op wegens vermeend privégebruik van de auto boven de 500 kilometer per jaar.
De rechtbank oordeelde dat de rittenregistraties onvoldoende betrouwbaar waren om het privégebruik onder de 500 kilometer aan te tonen. Dit oordeel werd gebaseerd op gebrekkige en achteraf opgestelde kilometerregistraties, onvolkomenheden in de administratie en oncontroleerbare ritten. De rechtbank matigde de boetes wegens grove schuld tot 25%.
In hoger beroep bevestigde het Hof deze beoordeling. Het Hof vond dat belanghebbende niet had voldaan aan de zware bewijslast om het privégebruik onder de 500 kilometer te bewijzen, ondanks aanvullend bewijsmateriaal en verklaringen. Ook de boetes werden als passend en geboden beschouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen en boetes worden bevestigd.