Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klagers hebben een klacht ingediend tegen een kandidaat-notaris wegens het passeren van een testament van hun vader, terwijl zij stelden dat hij niet wilsbekwaam was door Alzheimer. Tevens werd de notaris verweten onzorgvuldig te zijn geweest over de volgorde van testamenten en het vertraagd verstrekken van een afschrift van een eerder testament.
De kamer voor het notariaat verklaarde de klacht ongegrond. Klagers gingen in hoger beroep, maar verschenen niet bij de zitting. De kandidaat-notaris verdedigde zijn handelen, waarbij hij stelde dat hij zorgvuldig had gehandeld, onder meer door een gesprek met de erflater te voeren zonder aanwezigheid van de partner en dat het testament van 2010 dezelfde strekking had als dat van 2007.
Het hof oordeelde dat de notaris voldoende alert was geweest op de wilsbekwaamheid van de erflater en dat het ziektebeeld van Alzheimer niet automatisch uitsluit dat iemand zijn wil kan bepalen. Het verzoek van klagers om de authenticiteit van het testament van 2007 te onderzoeken werd als niet-ontvankelijk verklaard omdat dit een zaak voor de burgerlijke rechter is.
De bestreden beslissing van de kamer werd bevestigd, behalve dat het verzoek tot onderzoek authenticiteit werd vernietigd en afgewezen. Het hof concludeerde dat de kandidaat-notaris niet onzorgvuldig heeft gehandeld en dat de klacht ongegrond is.
Uitkomst: De klacht tegen de kandidaat-notaris wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot onderzoek authenticiteit testament niet-ontvankelijk.