Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klagers dienden een klacht in tegen de notaris wegens vermeende tekortkomingen bij het opstellen en aanpassen van de leveringsakte en het passeren van een hypotheekakte. Zij stelden dat de notaris het eerste concept van de leveringsakte niet aan hen heeft gezonden, onvoldoende heeft geïnformeerd over eigendoms- en pachtverhoudingen, naliet de akte aan te passen conform de koopovereenkomst, en belangenverstrengeling vertoonde bij het passeren van de hypotheekakte.
De notaris voerde verweer dat zij enkel door de verkoper was opdracht gegeven, het eerste concept abusievelijk een standaardtekst bevatte, en dat zij niet verplicht was het concept aan klagers te zenden. Ook stelde zij dat zij als gevolmachtigde van de bank handelde bij de hypotheekakte en dat er geen wilsovereenstemming bestond tussen partijen over de staat van levering.
Het hof oordeelde dat klaagster niet-ontvankelijk was wegens gebrek aan belang, omdat zij niet als partij bij de koopovereenkomst was betrokken. Klager had wel belang, maar zijn verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen omdat een tuchtprocedure geen ruimte biedt voor schadevergoeding. De klacht werd inhoudelijk ongegrond verklaard, waarbij het hof het oordeel van de kamer onderschreef dat de notaris niet onzorgvuldig had gehandeld door het concept alleen aan de verkoper te zenden en niet op eenzijdig verzoek van klagers aanpassingen te verrichten.
De eerdere beslissing van de kamer werd vernietigd en de klacht ongegrond verklaard. De uitspraak werd op 30 juni 2015 door het Gerechtshof Amsterdam in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De klacht tegen de notaris wordt ongegrond verklaard en de eerdere beslissing van de kamer vernietigd.