ECLI:NL:GHAMS:2015:2737
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenarrest over comparitie en minnelijke regeling in hoger beroep civiele zaak
In deze civiele hoger beroepszaak tussen appellant en geïntimeerde heeft het Gerechtshof Amsterdam een tussenarrest gewezen op 30 juni 2015. Appellant was in hoger beroep gekomen tegen een vonnis in de onderhavige zaak. Het hof zag aanleiding om een comparitie van partijen te gelasten met als doel het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep.
Tijdens de comparitie kunnen onderwerpen als mediation, bewijsvoering en rapportage door deskundigen aan de orde komen. Het hof bepaalde dat partijen persoonlijk of vertegenwoordigd door een bevoegde persoon, samen met hun advocaten, zullen verschijnen voor de raadsheer-commissaris mr. L.A.J. Dun op een nader te bepalen datum.
Partijen moesten binnen een week hun verhinderdagen opgeven, waarna het hof de datum van de comparitie zou vaststellen. Tevens moesten zij uiterlijk twee weken voor de comparitie de relevante stukken aan het hof en de wederpartij overleggen. Het hof hield iedere verdere beslissing aan totdat de comparitie had plaatsgevonden.
Uitkomst: Het hof gelast een comparitie van partijen en houdt verdere beslissing aan.