Uitspraak
mr. W. Lindeboom, kantoorhoudende te Den Haag,
mr. W.D. Berkhout, kantoorhoudende te Utrecht.
1.Het verloop van het geding
2.De feiten
2. Fusie tussen Gaastmeer en Oudega met Oudega als hoofdlocatie (niet vóór augustus 2014)
Gerechtshof Amsterdam
Palludara, het bestuur van 17 basisscholen, wilde een fusie tussen twee van haar scholen, Mids de Marren en Klaver Trije, realiseren. De MR van Mids de Marren onthield echter instemming vanwege onvoldoende onderbouwing. Na overleg en het ontbreken van instemming legde Palludara het geschil voor aan de Landelijke Commissie Geschillen Wms (LCG).
De LCG oordeelde dat de MR in redelijkheid instemming kon onthouden en dat er geen zwaarwegende omstandigheden waren die het fusievoorstel rechtvaardigden. Palludara ging in hoger beroep bij de Ondernemingskamer en stelde onder meer dat de GMR, en niet de MR, instemmingsrecht had en dat de LCG onjuist had geoordeeld.
De Ondernemingskamer oordeelde dat zij alleen kan toetsen of de wet onjuist is toegepast door de LCG. Zij verwierp het beroep omdat de LCG terecht het instemmingsrecht van de MR heeft beoordeeld en de bevoegdheidsverdeling tussen MR en GMR niet aan de orde was in de LCG-procedure. Ook het verwijt dat de instemming van de GMR niet als gezichtspunt was meegenomen, werd verworpen.
De Ondernemingskamer bevestigde hiermee de uitspraak van de LCG en wees het beroep van Palludara af. De inhoudelijke argumenten over de fusie zelf konden in deze procedure niet aan de orde komen.
Uitkomst: Het beroep van Palludara tegen de uitspraak van de Landelijke Commissie Geschillen Wms wordt verworpen en de uitspraak blijft in stand.