Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klager, aandeelhouder en houder van prioriteitsaandelen in een vennootschap, stelde dat notarissen zonder zijn medeweten en toestemming onrechtmatig de statuten hadden gewijzigd, waardoor hij zeggenschap verloor. Hij betwistte de geldigheid van de besluitvorming tijdens een vergadering waarin de statutenwijziging werd voorgesteld en aangenomen.
Het hof oordeelde dat de vergadering van prioriteitsaandeelhouders op 30 december 2011 rechtsgeldig was, ondanks de afwezigheid van klager, omdat hij correct was opgeroepen en de benodigde meerderheid werd behaald. Ook was de oproeping voor de algemene vergadering van aandeelhouders op 13 april 2012 geldig, ondanks de betwisting van klager over ontbrekende informatie.
Verder concludeerde het hof dat de notarissen hun zorgplicht niet hadden geschonden, omdat zij mochten aannemen dat klager op de hoogte was en instemde met de statutenwijziging. De klacht tegen de notarissen werd daarom ongegrond verklaard en het hof bevestigde de eerdere beslissing van de kamer voor het notariaat.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de notarissen terecht de statutenwijziging hebben uitgevoerd en verklaart de klacht ongegrond.