ECLI:NL:GHAMS:2015:3048
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.E. Kostense
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffing overdrachtsbelasting bij samengestelde transactie bedrijfspanden en financieringsarrangement
Belanghebbende kocht bedrijfspanden van een curator in faillissement, waarbij de koopsom aanzienlijk hoger was dan de marktwaarde. Zij stelde dat de betaling bestond uit twee prestaties: de levering van de panden en een gunstig financieringsarrangement met de bank die het faillissement beheerde.
De rechtbank oordeelde dat de heffing van overdrachtsbelasting moet plaatsvinden over de volledige koopsom die in de koopovereenkomst en leveringsakte is vastgelegd, omdat de bank als derde partij moet worden beschouwd en geen deel uitmaakte van de koopovereenkomst.
In hoger beroep voerde belanghebbende aan dat de bank feitelijk de economische eigenaar was en dat de koopsom gesplitst moest worden, maar het hof volgde de rechtbank en stelde dat geen feiten of omstandigheden waren gesteld die afweken van de koopovereenkomst. De economische benadering van belanghebbende was niet relevant voor de heffingsgrondslag.
Het hof bevestigde dat de overdrachtsbelasting berekend wordt over de tegenprestatie in de koopovereenkomst, zijnde € 8.909.000, en wees het hoger beroep af. De uitspraak van de rechtbank bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de overdrachtsbelasting wordt geheven over de volledige koopsom van € 8.909.000 en wijst het hoger beroep af.