ECLI:NL:GHAMS:2015:3054

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 juli 2015
Publicatiedatum
24 juli 2015
Zaaknummer
200.158.426/01 OK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:350 BWArt. 2:353 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking inzake deponering onderzoeksverslag en vergoeding onderzoeker in enquêteprocedure HRC Holding B.V.

In deze zaak heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van HRC Holding B.V. en de kosten daarvan vastgesteld. De onderzoeker heeft het onderzoeksverslag en een urenspecificatie van de werkzaamheden ingediend. De Ondernemingskamer heeft het verslag ter griffie neergelegd en bepaalt dat dit ter inzage ligt voor belanghebbenden.

Daarnaast stelt de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid om zich schriftelijk uit te laten over de vergoeding van de onderzoeker, alvorens deze vergoeding definitief wordt vastgesteld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.

De procedure betreft een enquête ex artikel 2:350 en Pro 2:353 BW, waarbij tevens voorlopige voorzieningen zijn getroffen, zoals de schorsing van een bestuurder en overdracht van aandelen ten titel van beheer. De beschikking is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer op 24 juli 2015.

Uitkomst: Het onderzoeksverslag ligt ter inzage en partijen kunnen zich uitlaten over de vergoeding van de onderzoeker.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.158.426/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 24 juli 2015
inzake
[A],
wonende te [....] ,
VERZOEKER,
advocaat:
mr. E.F. Renes, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
H.R.C. HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaat: voorheen mr. J. van Embden, kantoorhoudende te Amstelveen, thans
zonder advocaat.

1.Het verloop van het geding

1.1
In het vervolg zullen partijen (ook) als volgt worden aangeduid:
  • verzoeker met [A] ;
  • verweerster met HRC.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 25 november 2014, 3 december 2014 en 25 maart 2015 in deze zaak.
1.3
Bij deze beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van HRC bevolen, het bedrag dat het onderzoek mag kosten – na een kostenverhoging – vastgesteld op € 23.500 (exclusief btw), mr. E. Hammerstein aangewezen als onderzoeker, en – bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding – [B] geschorst als bestuurder van HRC, mr. O.J. Smit benoemd als bestuurder van HRC alsmede bepaald dat de aandelen in HRC minus één aandeel dat wordt gehouden door [A] en één aandeel dat wordt gehouden door [B] ten titel van beheer zijn overgedragen aan mr. O.J. Smit.
1.4
Bij brief van 23 juli 2013 heeft de onderzoeker het verslag van het in 1.3 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen. De griffier heeft het verslag heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.
1.5
De onderzoeker heeft bij e-mail van 24 juli 2013 een urenspecificatie van alle in deze zaak verrichtte werkzaamheden met betrekking tot het onderzoek en de einddeclaratie overgelegd.

2.De gronden van de beslissing

2.1
De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag van het onderzoek. Lettend op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW Pro te bepalen dat het verslag ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.
2.2
De Ondernemingskamer zal overeenkomstig het bepaalde in artikel 2:350 lid 3 BW Pro uitdrukkelijk de vergoeding van de onderzoeker bepalen. De onderzoeker heeft daartoe de 1.5 genoemde bescheiden overgelegd. Alvorens de vergoeding te bepalen, zal de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid stellen zich hierover uit te laten.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
bepaalt dat het verslag van het bij beschikking van 25 november 2014 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van H.R.C. Holding B.V., gevestigd te Amsterdam,
ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;
stelt partijen in de gelegenheid uiterlijk op maandag 3 augustus 2015 te 12:00 ’s middags schriftelijk uit te laten over de vergoeding van de onderzoeker;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. M.M.M. Tillema raadsheren, en E.R. Bunt en H. de Munnik, raden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 24 juli 2015.
De voorzitter is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.