Uitspraak
1.[appellant sub 1] ,
1.de vennootschap onder firma
2. [geïntimeerde sub 2] ,
3. [geïntimeerde sub 3] ,
4. [geïntimeerde sub 4] ,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
grief 4erover klaagt dat de rechtbank in dit vonnis niet alle relevante feiten heeft vermeld doet dit aan de juistheid van de daar wel vastgestelde feiten niet af. Dit neemt niet weg dat het hof bij de beoordeling van het geschil aandacht zal besteden aan hetgeen [appellant sub 1] in hoger beroep heeft aangevoerd, voor zover dat voor de beoordeling van belang is. Omdat de door de rechtbank vastgestelde feiten (op zichzelf) niet in geschil zijn, zal ook het hof daarvan uitgaan. Het gaat daarbij, voor zover in hoger beroep van belang, om het volgende.
3.Beoordeling
grieven 1 en 4 tot en met 8zijn in essentie gericht de afwijzing van de vordering tot betaling van schadevergoeding, voor zover deze het toegewezen bedrag van € 1.700,= te boven gaat. Deze grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
extra[onderstreping deskundige; hof] zettingen worden verwacht en tot in lengte van jaren kunnen doorgaan’,
grief 3keert [appellant sub 1] zich tegen het niet volledig vergoeden van de kosten die zijn gemoeid met het opmaken van de beide rapporten door EBMC.