ECLI:NL:GHAMS:2015:3415
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.J.P.M. Haas
- M.L.D. Akkaya
- E.J.H. Schrage
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstane schulden
Appellante [X] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, waarin haar verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen. Zij stelde dat haar schulden niet onder invloed van een methadonverslaving zijn ontstaan en dat zij inmiddels van deze verslaving is afgekickt. Zij gaf aan onder begeleiding te staan en hulp te ontvangen bij haar financiële administratie.
Het hof oordeelt dat op grond van artikel 288, eerste lid, aanhef en onder b, Faillissementswet, het verzoek alleen kan worden toegewezen indien aannemelijk is dat de schulden te goeder trouw zijn ontstaan of onbetaald zijn gebleven. Dit is niet het geval; onder meer een boete wegens onverzekerd rijden is niet te goeder trouw ontstaan en ook voor andere schulden is geen redelijke verklaring gegeven.
Hoewel appellante betoogde dat zij de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle heeft gekregen, is onvoldoende duidelijk onder welke omstandigheden de schulden zijn ontstaan. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij haar verslaving daadwerkelijk heeft overwonnen, mede omdat bewijsstukken ontbreken. De positieve ontwikkelingen zijn bovendien van te recente datum om stabilisatie aan te nemen.
Daarom bekrachtigt het hof het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot schuldsanering wegens niet te goeder trouw ontstane schulden en onvoldoende bewijs van controle over omstandigheden.