ECLI:NL:GHAMS:2015:3419
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing omzetting faillissement in schuldsanering wegens niet te goeder trouw
Appellant verzocht het hof om zijn faillissement om te zetten in een wettelijke schuldsaneringsregeling, stellende dat hij te goeder trouw was bij het ontstaan van zijn schulden. Hij gaf aan dat zijn hoge belastingschuld en CJIB-schuld waren ontstaan in een moeilijke periode met persoonlijke tegenslagen, waaronder het verlies van zijn partner en teruglopende omzet van zijn café.
De curator bevestigde dat appellant zich na de startproblemen aan de faillissementsverplichtingen hield en een vaste baan had. Echter, het hof oordeelde dat appellant niet te goeder trouw was, omdat hij sinds 2010 geen belastingaangifte had gedaan, wat leidde tot ambtshalve aanslagen en een preferente belastingschuld van ruim €131.000. Ook liet hij CJIB-boetes oplopen door het niet verzekeren en keuren van voertuigen en het nalaten van vrijwaring.
Hoewel appellant recent stappen had gezet, zoals het inschakelen van een accountant en het regelen van vrijwaring voor voertuigen, waren deze maatregelen van te korte duur om te concluderen dat hij de omstandigheden onder controle had. Het hof gaf appellant de mogelijkheid om bij verbetering van zijn situatie opnieuw een verzoek in te dienen. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot omzetting van faillissement in schuldsanering wegens het ontbreken van goed vertrouwen bij het ontstaan van de schulden.