Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.Verdere beoordeling
contra proferentem) en ambtshalve had moeten toetsen of het aldus uitgelegde beding onredelijk bezwarend is.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak in hoger beroep tussen een besloten vennootschap en de Staat der Nederlanden heeft het hof het verloop van de procedure beoordeeld na een tweede tussenarrest. Partijen konden niet tot een minnelijke regeling komen, mede door bezwaren van de Staat tegen een benoemde derde deskundige en de hoge kosten van het deskundigenonderzoek.
De appellant stelde dat artikel 3 lid 1 van Pro de Algemene Erfpachtvoorwaarden 1993 ambtshalve getoetst moest worden aan het consumentenrecht, maar het hof verwierp dit omdat de appellant geen natuurlijke persoon is en dus geen consument in de zin van de richtlijn. Het hof blijft bij zijn eerdere oordelen en wijst het verzoek tot heroverweging af.
Het hof acht het principiële karakter van de zaak aanleiding om tussentijds cassatieberoep toe te staan. Tevens acht het hof de bezwaren van de Staat tegen de derde deskundige gegrond vanwege mogelijke partijdigheid en vindt het gevraagde voorschot onredelijk hoog. Daarom wordt de zaak verwezen naar een rolzitting waarbij partijen nieuwe deskundigen kunnen voordragen voor een redelijke prijs.
Uitkomst: Bezwaren tegen benoemde deskundigen en het gevraagde voorschot worden gegrond verklaard, nieuwe deskundigen worden benoemd en tussentijds cassatieberoep wordt toegestaan.