De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het rijden onder invloed van cannabinoïden op 18 maart 2013 te Amsterdam. In hoger beroep werd het vonnis van de politierechter vernietigd vanwege de ingebrachte verweren en het verrichte onderzoek.
De verdediging voerde aan dat het NFI-rapport onbetrouwbaar was omdat de verdachte niet tijdig werd geïnformeerd over de mogelijkheid tot een contra-expertise, wat volgens haar de betrouwbaarheid van het bewijs zou ondermijnen. Het hof oordeelde echter dat de oorspronkelijke NFI-onderzoeken betrouwbaar zijn en de afwijkingen in de contra-expertise verklaard kunnen worden door wetenschappelijke factoren omtrent THC-afbraak in bewaarde monsters.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op genoemde datum onder invloed van cannabinoïden een voertuig bestuurde en daardoor niet tot behoorlijk besturen in staat was. De straf werd aangepast naar een taakstraf van 50 uur, 25 dagen hechtenis en een rijontzegging van 10 maanden, mede gelet op eerdere veroordelingen en de ernst van het feit.