ECLI:NL:GHAMS:2015:4072
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aansprakelijkstelling voor omzetbelastingschulden binnen fiscale eenheid
Belanghebbende, onderdeel van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting, werd aansprakelijk gesteld voor naheffingsaanslagen over het eerste en tweede kwartaal van 2012. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond voor het eerste kwartaal en gegrond voor het tweede kwartaal, met een beperkte proceskostenvergoeding.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat de aansprakelijkstelling in strijd was met het EU-recht, met name de beginselen van rechtszekerheid en evenredigheid, en dat zij niet aansprakelijk kon worden gesteld voor vennootschappen die bij de aansprakelijkstelling niet meer tot de fiscale eenheid behoorden. Het Hof oordeelde dat artikel 43 van Pro de Invorderingswet 1990 binnen de grenzen van het EU-recht blijft en dat de aansprakelijkheid terecht is vastgesteld omdat de fiscale eenheid bestond ten tijde van het ontstaan van de belastingschuld.
Het Hof stelde vast dat een boete in de aansprakelijkstelling over het tweede kwartaal niet aan belanghebbende kon worden toegerekend en verminderde de aansprakelijkstelling dienovereenkomstig. Tevens werd de proceskostenvergoeding verhoogd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard voor zover het de boete betrof en ongegrond voor het overige.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond voor de boete en ongegrond voor het overige; de aansprakelijkstelling wordt verminderd en proceskosten worden toegekend.