ECLI:NL:RBNHO:2014:8097
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.H.L.C. Bijvoet
- A. van Dongen
- M.C.A. Onderwater
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkstelling fiscale eenheid voor naheffingsaanslag omzetbelasting niet in strijd met EU-recht
De zaak betreft de aansprakelijkstelling van eiseres als lid van een fiscale eenheid voor niet betaalde naheffingsaanslagen omzetbelasting over het eerste en tweede kwartaal van 2012. De fiscale eenheid bestond uit meerdere vennootschappen, waarvan enkele failliet waren ten tijde van de aanslagen. Eiseres betwistte de aansprakelijkstelling onder meer met een beroep op strijdigheid met de Btw-richtlijn en de EU-beginselen van rechtszekerheid en evenredigheid.
De rechtbank oordeelt dat artikel 43 van Pro de Invorderingswet 1990, dat hoofdelijkheid van aansprakelijkheid binnen een fiscale eenheid regelt, niet in strijd is met de Btw-richtlijn. Dit omdat de Btw-richtlijn geen regeling bevat voor aansprakelijkheid binnen fiscale eenheden, hetgeen tot de nationale rechtsorde behoort. De nationale regeling is noodzakelijk voor de inning van belastingschulden, aangezien een fiscale eenheid alleen fiscaal en niet civielrechtelijk bestaat.
Verder stelt de rechtbank vast dat het bestaan van de fiscale eenheid bij voor bezwaar vatbare beschikking is vastgesteld en dat er geen sprake is van rechtsonzekerheid of onevenredigheid. De naheffingsaanslagen zijn terecht opgelegd aan de fiscale eenheid, ook al waren enkele vennootschappen failliet. Wel wordt het beroep gegrond verklaard voor het tweede kwartaal van 2012 vanwege het verzuim van de verweerder om een proceskostenvergoeding toe te kennen.
De rechtbank veroordeelt de verweerder tot vergoeding van de helft van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan eiseres. Het beroep tegen de aansprakelijkstelling voor het eerste kwartaal wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt deels gegrond verklaard wegens verzuim proceskostenvergoeding, maar de aansprakelijkstelling blijft in stand.