ECLI:NL:GHAMS:2015:4130
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing hardheidsclausule bij niet-tijdige betaling griffierecht in civiele procedure
Appellant stelde hoger beroep in tegen een vonnis van de kantonrechter, maar betaalde het griffierecht te laat. De memorie van grieven werd aanvankelijk geweigerd vanwege deze te late betaling. Appellant beriep zich op de hardheidsclausule van artikel 127a lid 3 Rv, stellende dat de vertraging het gevolg was van postproblemen en een fout van zijn advocaat, en dat geïntimeerde niet benadeeld was.
Het hof oordeelde dat hoewel de omstandigheden in de risicosfeer van appellant liggen, toepassing van de hardheidsclausule passend is. Het hof verwees naar de praktijk in bestuursrechtelijke zaken, waar een tweede termijn wordt gegund voor betaling van griffierechten, en benadrukte het belang van toegang tot de rechter zoals door de Hoge Raad is gesteld.
Het hof stelde dat een ontslag van instantie een onevenredige sanctie zou zijn gezien de korte termijnoverschrijding en het feit dat het griffierecht alsnog binnen twee weken werd betaald. Het hof bepaalde dat in de toekomst appellanten een waarschuwing en een termijn van twee weken krijgen om het griffierecht alsnog te voldoen. De memorie van grieven van appellant werd alsnog geaccepteerd en de zaak werd verwezen voor memorie van antwoord door geïntimeerde.
Uitkomst: Het hof past de hardheidsclausule toe en accepteert de memorie van grieven ondanks te late betaling van het griffierecht.