ECLI:NL:GHAMS:2015:4318
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.A. van den Berg
- C.E. Buitendijk
- G.B.C.M. van der Reep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing omgangsregeling man met dochter wegens veiligheidszorgen
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben een dochter die bij de vrouw woont, die het eenhoofdig gezag uitoefent. De man verzocht om een omgangsregeling met de minderjarige dochter, die door de rechtbank werd afgewezen. De vrouw is met de dochter naar het buitenland verhuisd, maar het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is omdat de gewone verblijfplaats van het kind op het moment van het verzoek in Nederland was.
De vrouw stelde dat de zaak moest worden overgedragen aan de rechter in de lidstaat waar de dochter nu verblijft, maar het hof wees dit verzoek af vanwege het ontbreken van concrete informatie over die verblijfplaats en het onduidelijke belang daarvan voor het kind. De man voerde meerdere grieven aan tegen de afwijzing van zijn omgangsverzoek, waaronder twijfel over de emigratie van de vrouw en het ontbreken van veiligheidsafspraken.
Het hof stelde vast dat de dochter in het verleden slachtoffer was van mishandeling en dat veiligheidsafspraken over omgang niet tot stand zijn gekomen. De man heeft onvoldoende inspanningen getoond om veilige omgang mogelijk te maken. Gezien de belangen van het kind acht het hof omgang zonder veiligheidswaarborgen onverantwoord en bevestigt het de afwijzing van het verzoek tot omgangsregeling.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man tot vaststelling van een omgangsregeling af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.