ECLI:NL:HR:2016:1467

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2016
Publicatiedatum
8 juli 2016
Zaaknummer
15/05786
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:277a BW
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen weigering omgangsregeling op grond van art. 1:277a BW

In deze zaak heeft de man cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam waarin een omgangsregeling met het kind werd geweigerd. De vrouw, de andere partij, heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft het middel van de man beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 lid 1 RO Pro was geen nadere motivering vereist omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarmee heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en de beschikking van het gerechtshof bevestigd, waarmee de weigering van de omgangsregeling definitief is vastgesteld.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de weigering van de omgangsregeling.

Uitspraak

8 juli 2016
Eerste Kamer
15/05786
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. A.H. Vermeulen,
t e g e n
[de vrouw],
wonende op een geheim adres,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak C/13/578693/FA RK 14-9572 van de rechtbank Amsterdam van 1 april 2015;
b. de beschikking in de zaak 200.170.355/01 van het gerechtshof Amsterdam van 20 oktober 2015.
De beschikking van het hof is aan deze de beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de man heeft bij brief van 4 mei 2016 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
8 juli 2016.