Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.STICHTING IRIS,
STICHTING PHOENIX,
Gerechtshof Amsterdam
Greenpeace en de stichtingen Iris en Phoenix voerden hoger beroep tegen een vonnis dat hen verbood acties te ondernemen tegen de olietanker Mikhail Ulyanov in de Rotterdamse haven. Blueward Shipping Company, eigenaar van de tanker, had het verbod gevraagd na eerdere acties van Greenpeace die de lossing van Noordpoololie belemmerden.
Het hof oordeelde dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend ondanks het buitenlandse vestigingsadres van Blueward, omdat kantoorbetekening aan haar advocaten in Nederland volstond. De feiten waren onbetwist: de tanker was op 4 oktober 2014 in Rotterdam aangekomen, en Greenpeace had aangekondigd opnieuw te willen demonstreren.
De voorzieningenrechter had Greenpeace en de stichtingen toen verboden de tanker te hinderen gedurende vier weken. Nu die periode was verstreken en Greenpeace geen acties meer had ondernomen, was het hoger beroep feitelijk belangeloos geworden. Het hof verwierp het beroep wegens gebrek aan belang en veroordeelde Greenpeace en de stichtingen in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van Greenpeace en de stichtingen is verworpen wegens gebrek aan belang.