ECLI:NL:GHAMS:2015:4658
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.M. Aarts
- R.J.F. Thiessen
- A.M.A. Verscheure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kennelijk onredelijk ontslag en concurrentiebeding bij beëindiging arbeidsovereenkomst
De werknemer was van 2003 tot 2013 in dienst bij Deltacell, laatstelijk als wetenschappelijk directeur. Deltacell besloot haar bedrijfsactiviteiten te staken en vroeg ontslagvergunning aan bij het UWV, die werd verleend. De arbeidsovereenkomst werd opgezegd met ingang van 1 oktober 2013. De werknemer vorderde in eerste aanleg dat het ontslag kennelijk onredelijk werd verklaard en dat hij schadevergoeding zou ontvangen wegens onredelijke handhaving van het concurrentiebeding.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en kende de werknemer een schadevergoeding toe. Deltacell ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Het hof stelde vast dat Deltacell het concurrentiebeding handhaafde om haar onderhandelingspositie tegenover een potentiële overnamekandidaat, Resem B.V., te versterken, hoewel het onzeker was of deze overname zou plaatsvinden.
Het hof vond de belangenafweging onredelijk omdat Deltacell haar eigen belang liet prevaleren boven het belang van de werknemer, die hierdoor geruime tijd geen passende werkkring kon vinden. Ook het feit dat Deltacell niet bereid was de werknemer elders te laten werken of financieel te compenseren, woog mee. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde Deltacell tot betaling van een schadevergoeding van €135.000,- plus kosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het ontslag kennelijk onredelijk is en veroordeelt Deltacell tot betaling van €135.000,- schadevergoeding en kosten.