ECLI:NL:GHAMS:2015:4817
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot terugkomen van vervallenverklaring memorie van grieven in civiel hoger beroep
In deze civiele zaak in hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het verzoek van geïntimeerde beoordeeld om terug te komen van het tussenarrest van 27 oktober 2015. In dat tussenarrest was het verval van het recht van appellante om een memorie van grieven in te dienen opgeheven, ondanks dat het griffierecht drie dagen te laat was voldaan. Het hof had appellante een termijn van twee weken gegeven om alsnog grieven te dienen.
Geïntimeerde stelde dat de termijn voor het indienen van grieven doorliep tijdens de vierwekentermijn voor het betalen van het griffierecht en dat er op de uiterste datum geen grieven waren ingediend, zodat het verval terecht was verleend. Het hof overwoog dat volgens een arrest van de Hoge Raad van 17 april 2015 bij overschrijding van de termijn zonder waarschuwing geen verval mag worden verleend, maar een nadere termijn moet worden gegeven. Omdat appellante geen waarschuwing had ontvangen, was het terecht dat het hof terugkwam van het verval.
Het hof wees het verzoek van geïntimeerde af en verwees de zaak naar de rol voor het nemen van een memorie van antwoord door geïntimeerde. Tevens oordeelde het hof dat zekerheidstelling voor proceskosten niet op deze wijze kan worden gevraagd en dat artikel 353 lid 2 Rv Pro in de weg staat aan een dergelijke vordering door geïntimeerde tegen appellante.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van geïntimeerde af en verwijst de zaak naar de rol voor het nemen van een memorie van antwoord.