ECLI:NL:GHAMS:2015:5013
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen tegen beslissing kamer gerechtsdeurwaarders over klacht
Klager diende een klacht in bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders tegen een gerechtsdeurwaarder. De voorzitter van de kamer wees de klacht als kennelijk ongegrond af. Klager stelde verzet in tegen deze beschikking, maar dit verzet werd eveneens ongegrond verklaard door de kamer.
Klager ging in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam tegen de beslissing van de kamer. Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het hoger beroep, waarbij klager stelde dat de kamer partijdig had gehandeld en onvoldoende had gemotiveerd. De gerechtsdeurwaarder voerde aan dat het hoger beroep niet ontvankelijk was vanwege het rechtsmiddelenverbod in artikel 39 lid 4 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet en de te late indiening van het beroepschrift.
Het hof oordeelde dat niet was gebleken van schending van fundamentele procesbeginselen of andere gronden die een doorbreking van het appelverbod rechtvaardigen. De motivering van de kamer voldeed aan de minimumeisen en er was geen sprake van partijdigheid. Daarom verklaarde het hof klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep en handhaafde het de beslissing van de kamer.
Uitkomst: Klager is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders.