ECLI:NL:GHAMS:2015:5081
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.M. Aarts
- R.J.M. Smit
- R.J.Q. Klomp
- Rechtspraak.nl
Burengeschil over overhangende takken en wortels van berkenbomen
In deze zaak gaat het om een burengeschil tussen twee buren over overhangende takken en doorschietende wortels van berkenbomen die op minder dan twee meter van de erfgrens staan. De buurvrouw klaagde over hinder en vorderde verwijdering of inkorting van de bomen en vergoeding van schade.
De eigenaar van de bomen had de takken al gesnoeid vóór de procedure begon. De kantonrechter had haar veroordeeld tot het ingekort houden van de bomen en gaf de buurvrouw het recht om wortels weg te halen. In hoger beroep heeft het hof geoordeeld dat er geen reden is voor een gebod om de bomen ingekort te houden, omdat de snoei de hinder had weggenomen en de bomen zich moeten kunnen herstellen.
Ten aanzien van de wortels oordeelde het hof dat de buurvrouw op grond van artikel 5:44 BW Pro gerechtigd is eigenmachtig wortels te verwijderen, maar dat de eigenaar niet aansprakelijk is voor schade die vóór aanmaning is ontstaan. Omdat onvoldoende aannemelijk was dat er schade was geleden, wees het hof de vorderingen tot schadevergoeding af.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het de eigenaar tot inkorting veroordeelde en wees de overige vorderingen van de buurvrouw af. De buurvrouw werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor zover de eigenaar tot inkorting van de bomen werd veroordeeld en wijst de overige vorderingen af.