Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 2001 gehuwd en gescheiden in 2010. De man betaalt kinderalimentatie voor drie kinderen die bij de vrouw verblijven. Na diverse afspraken over de hoogte van de alimentatie, is het geschil ontstaan over de draagkrachtberekening en de gevolgen van fiscale wijzigingen per 1 januari 2015.
De man betoogt dat de rechtbank ten onrechte geen rekening hield met nieuwe alimentatierichtlijnen en fiscale wijzigingen, en verzoekt om een lagere bijdrage en terugbetaling van teveel betaalde alimentatie. De vrouw stelt dat de wijzigingen geen relevante wijziging van omstandigheden vormen en dat het kindgebonden budget niet op de behoefte van de kinderen in mindering mag worden gebracht.
Het hof oordeelt dat de door de man aangevoerde omstandigheden geen wijziging van omstandigheden in de zin van artikel 1:401 BW Pro vormen die een herberekening rechtvaardigen. Wel acht het hof de fiscale wijzigingen per 1 januari 2015 mogelijk relevant en wijst het op de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 9 oktober 2015 over de behandeling van het kindgebonden budget.
Het hof stelt partijen in de gelegenheid zich hierover uit te laten en houdt iedere verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing aan en stelt partijen in de gelegenheid zich uit te laten over de gevolgen van de fiscale wijzigingen en prejudiciële beslissing.