ECLI:NL:GHAMS:2016:730
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Wijziging kinderalimentatie wegens fiscale wetswijzigingen per 1 januari 2015
In deze zaak is hoger beroep ingesteld door de man tegen de vrouw over de hoogte van de kinderbijdrage na fiscale wetswijzigingen per 1 januari 2015. Het hof verwijst naar eerdere tussenbeschikkingen en beoordeelt de gevolgen van de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van oktober 2015.
De fiscale wijzigingen, waaronder het vervallen van het fiscaal voordeel voor de man, worden als een relevante wijziging van omstandigheden beschouwd. Het hof bepaalt de draagkracht van beide partijen aan de hand van de wettelijke formule, waarbij het netto besteedbaar inkomen, forfaitaire woonlasten, overige lasten en rentebetalingen op huwelijkse schuld worden meegenomen. De draagkracht van de vrouw wordt vastgesteld inclusief het kindgebonden budget.
Vervolgens wordt de zorgkorting toegepast op basis van de omgangsregeling, vastgesteld op 25%. Het hof concludeert dat een bijdrage van € 212 per kind per maand door de man vanaf 1 januari 2015 aan de vrouw betaald moet worden. Omdat de man tot juli 2015 meer heeft betaald, wordt bepaald dat de vrouw het teveel betaalde bedrag moet terugbetalen of verrekenen. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze afwijkt van dit oordeel en voor het overige bekrachtigd.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 januari 2015 een kinderbijdrage van € 212 per kind per maand betalen, met verrekening van teveel betaalde bedragen tot 1 juli 2015.