Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.de stichting STICHTING EXPLOITATIEFLAT DE DRECHT,
TICHTING EXPLOITATIEFLAT DE GARSTKAMP,
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een geschil over de overgang van onderneming en opvolgend werkgeverschap in het kader van arbeidsovereenkomsten van een receptioniste werkzaam bij serviceflats. De werknemer trad aanvankelijk in dienst bij Cordaan, waarna de dienstverlening werd overgenomen door Stichting De Drecht en later door Stichting De Garstkamp.
De kantonrechter had geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege was voortgezet bij Stichting De Drecht en Stichting De Garstkamp, en veroordeelde de stichtingen tot betaling van achterstallig loon met een wettelijke verhoging van 10%. De stichtingen betwistten dit en voerden aan dat er geen sprake was van overgang van onderneming en dat de arbeidsovereenkomst met Stichting De Garstkamp niet ononderbroken voortduurde.
Het hof oordeelde dat de overgang van onderneming tussen Cordaan en Stichting De Drecht terecht was aangenomen, ondanks het beperkte aantal betrokken werknemers. Ook was er opvolgend werkgeverschap tussen Stichting De Drecht en Stichting De Garstkamp, ondanks dat de werknemer deels in dienst bleef bij de vorige werkgever. De wettelijke verhoging werd door het hof gematigd naar 20%, en het hof veroordeelde de stichtingen tot betaling van het salaris vanaf 1 november 2013 met wettelijke rente en verhoging.
De grieven van de stichtingen werden afgewezen, behalve een gedeeltelijke toewijzing in incidenteel beroep over de hoogte van de wettelijke verhoging en specificatie van de salarisbetalingen. Het bestreden vonnis werd vernietigd behalve de proceskostenveroordeling, die werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de stichtingen tot betaling van salaris met wettelijke verhoging en rente wegens ononderbroken dienstverband door overgang van onderneming en opvolgend werkgeverschap.